[terug naar de beginpagina]
Psychosociaal werker
Een psychosociaal werker begeleidt mensen met psychosociale problemen.
Psychosociale problemen zijn problemen of vraagstukken die iemand in het dagelijks leven zodanig bezighouden dat hij of zij niet meer kan doen wat hij of zij wil doen of wat redelijkerwijs van hem of haar verwacht mag worden.
|
Psychosociaal werk
Voor wie?
Iedereen die tijdelijk psychosociale problemen ervaart.
Een verwijzing van de huisarts is niet nodig.
Maar als de psychosociaal werker ontdekt dat zij niet in staat is om adequaat hulp te verlenen, zal ze doorverwijzen.
Hoe?
Door te praten. De basismethode bestaat uit gesprekstechnieken (counseling).
De plaats binnen de gezondheidszorg
Het psychosociaal werk beweegt zich tussen psychotherapie enerzijds en maatschappelijk werk anderzijds.
Het voldoet aan de toenemende vraag van mensen voor wie psychotherapie - voor de ervaren problematiek - een te zwaar middel is en die door maatschappelijk werk onvoldoende kunnen worden geholpen.
Voorbeelden
Enkele voorbeelden van problemen waarmee iemand bij een psychosociaal werker terecht kan:
Je zoon heeft sinds kort een veel oudere vriendin. Er heerst een gespannen sfeer in huis als zij er is.
Sinds een paar weken heb je geen zin meer om je vrienden te zien. Vrienden gaan klagen.
Je hebt een gemengd huwelijk. Sinds er kinderen zijn hebben jullie dagelijks ruzie over de verdeling van de zorg.
Sinds je moeder overleden is zijn er spanningen tussen jou en je partner.
Je bent sinds kort werkloos geworden en voelt je enorm schuldig naar je gezin.
Je baas moppert dat de laatste weken je werkresultaten niet meer voldoen.
Al weken voel je een vreemde lichte spanning in je lijf.
Je jongste kind is de laatste tijd stil en teruggetrokken. Je maakt je zorgen.
Sinds een paar weken is de verhouding tussen jou en je dochter verslechterd. Ze luistert niet meer.
Sinds je zoon is gaan studeren zie je hem weinig en lijkt het zelfs alsof hij geen contact meer wil.
Bij je moeder is kanker geconstateerd en er ontstaan spanningen tussen jou en je oudste zus.
Je hebt plezier in je werk. Er is alleen een collega met wie je het absoluut niet kan vinden. Als die er is, verdwijnt je werkplezier en wil je het liefst naar huis.
Waarom komen mensen met problemen altijd bij mij uithuilen? Waar kan ik zelf terecht?
Na de scheiding heb je weinig tot geen contact meer met je kinderen.
Je nieuwe partner kan het niet goed vinden met je vrienden. Moet je kiezen?
Je zoon maakt ruzie met jouw nieuwe vriendin.
Je bent deels afgekeurd voor betaald werk. Je leven voelt zinloos. Je trekt je terug en hebt geen zin meer in contact met vrienden.
Als ik naar mijn man kijk krijg ik het gevoel tegenover een vreemde te zitten.
Ik heb sinds kort een heel leuke nieuwe baan. Mijn man klaagt echter dat ik nu te weinig met de kinderen doe.
Mijn man is een trots figuur. Hij heeft problemen met het feit dat het mij beter gaat. Met zijn klagen ontneemt hij mijn werkplezier.
Je dochter is zwanger en jij zelf kan alleen maar verdrietig zijn.
De kinderen zijn het huis uit en jij en je partner maken steeds vaker ruzie over van alles en nog wat.
Vanwege een ziekte ben je niet meer mobiel. De vrienden beginnen weg te blijven.
Je partner is nu twee jaar dood. Vrienden vinden dat je verder moet gaan met jouw leven. Je komt echter niet uit jouw stoel. "Ik voel me zo lamlendig".
|